Dharmapelgrim Yogi 

     De weg loopt door het hart

Het Olafspad naar Nidaros (Trondheim) 

Derde deel van de reis: Lillehammer - Dovre

Lillehammer - Faberg - Hafjell alpinsenter - Skae - Langgard - - Torsgard - Ringebu - Turmal Sor-Fron - Ovre Skar - Kvam  - Sjoa - Vangen - Otta - Sel - Haugen - Stuguflotten - Andgard - Dovre - Dombas. 

Op 30 april 2016 ben ik uit Woudbloem vertrokken, op weg naar Trondheim. 

Kijk voor:

Dag 1 - 18 (ca. 120 foto's): Woudbloem - Kiel

Dag 19 - 31 (ca. 100 foto's): Oslo - Lillehammer

Dag 43 - 55 (ca. 125 foto's): Dovre - Trondheim


Klik op de foto's voor een groter formaat

Dag 32 - 31 mei 2016

Na het ontbijt neem ik afscheid van Knut Are Kleppe. Hij geeft mij mijn reisboek terug. Ik lees wat hij heeft geschreven, onder meer: "Who would thought that studying for exam would turn into such andere interesting evening! " Daar ben ik het van harte mee eens. Hij blijft in het hostel, ik vervolg mijn reis...

Bij de plaats waar ik zit, staat een gedenkteken. Hier is ooit in het midden van de stroom een bootje met meisjes omgeslagen. Zij kwamen van de overkant, om gezamenlijk ik de kerk hun geloofsbelijdenis te doen. Het liep tragisch af. Ze zijn allemaal verdronken. De geestelijke die ook in het bootje zat, verdronk eveneens.

Voorbij Lillehammer raak ik even het spoor bijster en kom ik bij een school waar ze 14-jarigen leren een moestuin bij te houden. De leraren komen een voor een bij me als  ik aan de waterkant zit uit te rusten. En allemaal vertellen ze heel enthousiast hetzelfde verhaal: Hoe belangrijk het is dat de jeugd dit leert. Ik heb 4x enthousiast geluisterd 😊

Ik loop iets terug en hervind het Olafspad. Het valt mee. Zover afgedwaald was ik nu ook weer niet. De route voert mij voornamelijk door bossen waarin ik beekjes moet oversteken en over hekken moet klimmen (middels trapjes). Onderweg kom ik niemand meer tegen.  Wat later dan anders, zet ik de tent neer. Doordat ik nergens een vlak stuk vond, staat hij nu een beetje schuin op een soort alpenweide met zeer veel paardenbloemen. Ik vermoed dat ik wel zal gaan schuiven vannacht. Bang dat ik helemaal de berg af rol ben ik echter niet. Ik ga al om 20:00 uur slapen. Morgen wil heel vroeg gaan lopen omdat het heet schijnt te worden, misschien met een onweer als finale.

Dag 33 - 1 juni 2016

Gemiddeld  loop ik per dag 20 km. Soms iets meer, soms wat minder,  afhankelijk van de omstandigheden. Vandaag moet ik veel klimmen in de felle zon. Ik heb wel ergens mijn voeten in een beek/waterval gestopt omdat het zo warm was... KOUD! Maar ik ben er wel lekker van opgeknapt.

Rond een uur of elf raak ik in gesprek met een dame. Ze poseert voor haar huis. Daarna biedt zij mij koffie aan. Behalve die ene dame (van de koffie en de soep, niet die koe) heb ik niemand ontmoet. 

Altijd fijn om te weten hoe ver het nog lopen is ... alleen, een paar kilometer verderop is het ineens 392 km.. Misschien een verouderde aanwijzing?. Het zag er in ieder geval echt oud uit..


Iets na drie uur passeer ik ineens een houten toilethuisje zomaar in het bos. Inclusief een stapeltje Donald Ducks! Wat heeft een man meer nodig? Iets verderop loop ik langs een kraan voor drinkwater. En daarna pas zie ik een kleine maar o zo uitnodigende pelgrimshut. Heel netjes van binnen. Sober maar verzorgd. Het huisje is een initiatief van een Zweed en een Noorse. Twee lieve mensen. Zij verwachten van je dat je zelf 50 kronen (zeg maar € 5,-) pp in een potje doet. Doe ik.

Zit ik dus tegen mijn eigen verwachting in toch zomaar in een echte pelgrimshut!  Het uitzicht is formidabel. Er is elektra. Er zijn 4 bedden. Er is een waterkoker. Een radio. Ja, eigenlijk was alles wel. Zelfs water. De wc is dus een stukje terug. Ok. Geen probleem. In het gastenboek staat niets dan lof voor deze plek. Daar ben ik het van harte mee eens.

De beheerders komen mij vragen of ik onderweg een geit heb gezien. Ze zijn er een kwijt. Het is de "tante-geit"van een ander dier, dat nog wel in binnen de omheining van het eigen huis staat. Ik help mee zoeken, maar omdat ik hier niet bekend ben, blijf ik liever in de buurt van het huisje. Later zie ik de vrouw mét een geit terugkomen. Eind goed, al goed. 

Dag 34 - 2 juni

Ik draai me bij vertrek nog een keer om voor het maken van een foto.

Uitslapen doe ik niet. Het is 04:00 uur als ik opsta en alle tijd neem voor ontbijt en wat dies meer zij. Het beloofd opnieuw een mooie dag te worden. Ik loop gewoon mijn eigen tempo en zit regelmatig op mijn gemak te genieten. Maar omdat alle voorraad op is, moet ik wél door tot ik ergens een winkel tref...En als ik die dan heb gevonden... Moet ik nog weer een plekje zoeken voor de nacht en terug lopen doe ik niet.

Het pad is hier en daar smal en stijl. Ik les mijn dorst door gewoon uit een beek te drinken. En ergens is een boom over de weg gevallen. Het lukt me niet om daar zomaar met mijn rugzak langs te komen. Links te stijl naar beneden, rechts te stijl omhoog en voor me takken die de weg blokkeren. Uiteindelijk lukt het, maar vraag niet hoe! Ineens bedenk ik dat het wel enige risico's met zich meebrengt als je helemaal alleen op pad bent. Stel dat mij wat overkomt? Wie vind mij dan... en vooral: wanneer? Er loopt vast wel iemand achter mij, maar komt die dan vandaag nog langs? Of morgen pas? Niet te lang bij stilstaan. Gewoon geen risico's nemen en blijven opletten waar ik mijn voeten neerzet. 

Ik vind géén winkels. Wel een plaats bij de rivier, op een camping die gesloten is wegens overstroming! Ik verklaar één droog deel van de  camping voor geopend, en zet mijn tent op. Er is hier geen mens en ik weet ook niet aan wie ik zou moeten vragen of dit wel kan. Zelf vind ik van wel. 

Vanavond dan maar se rest van de tomatensoep, en voor morgenochtend heb ik nog wat musli. En nog 7 volkoren koekjes!

Dag 35 - 3 juni

Het is vandaag warm en zeer zonnig. Verbazingwekkend hoe snel je gaat als je op je dooie gemak loopt! Hoe ook, ik neem mijn rust wel, zeker in de schaduw met zicht op een mammoet. Het betonnen beest staat op een plein in Favang. Volgens mij hebben ze dun beton over losse draden gegoten om het grijzige dier wolharig te doen lijken. De vacht beweegt namelijk echt in de wind!

Om hier in Favang te komen, moest ik wel van de route af, maar ik weet waar ik er weer op terecht kom. Hier moeten winkels zijn en ik ga - na mijn pauze - eerst rustig shoppen. En een pinautomaat vinden. Dat lukt allemaal wonderwel.  Om het gewicht van mijn boodschappen iets te minderen, besluit ik dat veel ervan kan maar beter in mij zitten dan dat ik het meesjouw in een tas. Dus eet ik de vanille-yoghurt (aanbieding) op. Dat scheelt weer een pond. De banaan ook... En een paar broodjes. Alle beetjes helpen tenslotte.

Om 15:30 zie ik een mooi plekje bij een waterval of stroomversnelling. Want wat is het? Het hoort duidelijk bij een huis. Ik vraag toestemming om op het terrein te staan en behalve toestemming krijg ik van Kirsti Kluge en Hans Eberle - geboren Zwitser - ook de uitnodiging om  rond 16:30 koffie te komen halen.

Op het balkon van hun huis hebben mijn gastgevers een fabuleus uitzicht. Zij raken er zelf nooit op uitgekeken, zeggen ze.

Wanneer Kirsti ziet welke foto's ik gemaakt heb, herkent zij verrast de plaats waar zij als kind gespeeld heeft: bij Jar! (Mijn eerste overnachtingsplek voorbij Oslo). Nu komen de verhalen... Voor ik er erg in heb, zijn we uren verder.

Volgens Hans is er dit weekend in Ringebu - waar ik heen ga - van alles te doen. Afwachten. Hij geeft ook een waarschuwing : volgens de kranten is er recent een pelgrima op het Dovrefjell bijna dood gevroren. Maar, verklaart  Hans, ze had zich ook heel slecht voorbereid. Ze liep op sandalen, droeg te weinig kleding, had geen tent mee voor eventuele beschutting...niks. Dat was gewoon dom. Het Dovrefjell is te vergelijken met de Alpen op 3000 meter en hoger. Qua omstandigheden dan. Hans inspecteert mijn toerusting en geeft zijn fiat. Hij heeft overigens dezelfde schoenen 😊

Het is voor mijn doen al laat wanneer ik voorbereidingen tref voor de nacht en morgen.

Dag 36 - 4 juni

Het kost me nogal wat moeite deze twee lammeren te bevrijden. Ze willen zichzelf perse door het gaas heen wringen, en hoe harder ik trek, hoe krachtiger hun verzet. Uiteindelijk is het wel gelukt.

Ongekend zo mooi is en blijft het weer. Vroeg opstaan is dan niet alleen gemakkelijk, maar zeker lonend. Ik kan het niet laten om "Morning has broken" te zingen terwijl ik op pad ga om daarna te genieten van de stilte, de blauwe lucht, de zon, rivier... Er zijn zelfs (nog) geen muggen! Ik zie geen mens, geen kip, geen hond. 

Nergens een levend wezen te bekennen, tot ... ik twee lammetjes vast zie zitten in een hek. Wanneer ik ze eindelijk over het hek heb gezet, komt hun moeder er aan. Ze beginnen onmiddellijk te drinken.

Opnieuw ben ik blij verrast door het zomaar ergens aantreffen van een toilethokje. Het is een echt biologisch verantwoorde troon. Ik heb geen idee waar het bijhoort. Het staat letterlijk in "the middle of nowhere". Dank aan de lieden die het hebben geplaatst en onderhouden.

Ik sta om 08:00 uur al voor de stafkirke van Ringebu, die - volgens het bordje op een hek - pas om 11:00 uur open gaat. Daar blijf ik niet op wachten, en wandel verder. Iets over 12:00 vind ik een mooi plekje: verkoeling, water bij de hand (beekje) en een picknicktafel. Ik moet er wel voor over een hek klimmen, maar vooruit. In Ringebu heb ik onder meer 6 eieren gekocht, die ik nu eerst ga koken, voor ze breken. Het wordt een heerlijke lunch, met championsoep. Terwijl ik zit te eten, ontwaar ik verderop rook... Brand? Ja! Wanneer ik er later langskom is de brandweer aan het blussen. Het was een oefening. Voor dat doel hebben ze een houten schuur die toch gesloopt moest worden in de hens gezet.  

Enkele uren later strijk ik na het oversteken van een brug neer op een groot veld met hoog gras, bij de rivier. Hier zitten ongetwijfeld forellen, maar als ik er een wil, dan zal ik hem toch moeten kopen. Ik heb géén visvergunning ... maar ook geen vliegvishengel.

Dag 37 - 5 juni

Na  een wat saaie weg kom ik bij een kerk waar over een half uurtje een doopdienst wordt gehouden. De hele familie is in klederdracht. De pastor maakt mij er op attent dat er direct na de dienst een groep wandelaars over het pelgrimspad zal lopen, richting Skard. Daar zal vandaag een pelgrimshuisje feestelijk in gebruik worden genomen. Of ik mee lloop?

Een half uur later dan voorzien vertrekt de groep van ongeveer twintig personen, meest vrouwen. Ik ben de enige met een rugzak, en dat merk ik. Het tempo ligt iets te hoog voor "aangenaam", maar ik wil niet achter blijven.  De gids loopt voorop. Hij legt van alles uit over grafheuvels en heeft het over trollen die met stenen gooien als de kerkklokken luiden etc. Een Nederlandse die al 35 in Noorwegen woont, vertaalt alles geduldig voor mij.

Eindelijk komen we dan bij Skard (rode stip op de kaart). We zijn laat - zegt men - want er is al een groep vanuit de andere richting weer naar huis vertrokken. Ondanks dat gaat het feest (opnieuw?) van start. Een trombone-bandje speelt er lustig op los. Limonade, koffie, cake... alles is gratis.

Rond half vijf blijf ik echter alleen over... Met veel te veel cake en brownies. Want die mag ik allemaal houden wanneer ik vannacht gratis blijf kamperen. Voor water moet ik bij een "well" zijn, afgedekt met een deksel. Het toilet is iets verderop, half in een heuvel.

Dus...wat moet ik met al dat gebak? De oplossing kwam op een mountainbike: Kenneth. Hij lustte wel wat. En even later nog twee... En nu is het bijna op.

Voor het weer van morgen kijk ik op mijn smartphone: https://www.yr.no/place/Norway

Het beloofd opnieuw goed wandelweer te worden. Ik ga de boel eerst maar eens op orde maken...  De hoeveelheid achtergebleven cake overziende, vraag ik me af wat ik ermee aanmoet. Wanneer ik verderop een jongeman op een mountainbike ontwaar, trek ik zijn aandacht. Kenneth. Hij komt nieuwsgierig naderbij. Hij lust wel wat. Maar ook hij krijgt lang niet alles op. Samen roepen we er nog twee mountainbikers bij. Dat helpt. Maar als ook zij weg zijn, pak ik de resten toch maar in voor morgen. Cake en brownies als ontbijt. Cake en brownies als lunch. Aan calorieën in ieder geval geen gebrek morgen.

Dag 38 - 6 juni

Dat er wilde dieren in Noorwegen zijn, wist ik... Maar een giraffe? Die is echt zeldzaam! Zomaar in het bos... en hartstikke tam! Hij zit op zijn giraffenkont en laat mij onverstoorbaar passeren.

Ik doe mijn best steeds langzaam te lopen, maar ik merk dat als ik dat lang achter elkaar doe, het  het toch weer opschiet. Ik stel mijzelf de vraag of ik er misschien goed aan doe om straks  een of twee dagen op een geschikte op een geschikte plek te blijven hangen. Het gaat mij enerzijds te snel allemaal...maar anderzijds ook weer niet. Ik kom er niet uit en zie het wel... 

Gedurende de dag kom ik slechts één fanatieke jogger tegen. Het zweet liep in straaltjes van hem af. Hij hield in om mij te vertellen waar ik zojuist gelopen had... Dat dat daar zo mooi was. Ja, dat had ik dus zelf ook al geconstateerd.

In Kvam zoek ik de Kiwi op, een goedkope supermarkt. Vandaar loop ik langs het spoor en vind een plek. Niet ideaal of spectaculair, maar voor een nachtje prima te doen. Het was vandaag pittig klimmen en dalen. Ik heb weinig foto's gemaakt, want foto's van een bos...ach, die lijken allemaal erg veel op bos. Morgen zie ik wel verder. Er spookt steeds een raar zinnetje door mijn hoofd: "Toen ik in Kvam, kwam, kwam ik in Kvam..." (Vergelijk: "Toen wij uit Rotterdam vertrokken, vertrokken wij uit Rotterdam..." het maffe zinnetje uit het lied Ketelbinkie).

Dag 39 - 7 juni

Weet waar je aan begint! Ik wist het vandaag niet. En Ingrid Elmecker (uit Oostenrijk) wist het ook niet, en als getraind alpiniste heeft zij dezelfde ervaring: het stuk tussen Kvam en Sjoa is heel erg lastig en loodzwaar. Vallen is geen optie, want dan gaat het geheid mis. Ik hoorde pas in Sjoa dat men pelgrims adviseert om vanaf Kvam de bus te nemen tot Sjoa, omdat het Olafspad van daar naar hier nogal problematisch is. Om verschillende redenen. Zeg dat wel ja... Ik ga dus heel langzaam en hebt alle aandacht (en twee stokken) nodig om overeind te blijven. Ergens raak ik de weg zelfs kwijt - blijkt een van de bekend problemen te zijn hier - en beland op de in aanleg zijnde nieuwe E6. Daar wandel ik dan maar een poosje overheen, tot patrouillerende opzichters mij ervan af sturen, ...met begrip, dat wel. Dat is dus de kern van het probleem! Door de aanleg van de nieuwe weg, is de route over behoorlijke afstand onderbroken, en komt het neer op "zoek het maar uit". Wat rest zijn steile, smalle, brokkelige (rolstenen!) paden met overhangende takken. OK, niet overal ... maar ik heb het officiële pad kennelijk ongewild verlaten, omdat het er niet meer was. Toch kom ik uit in Sjoa.

De pelgrimsherberg is gesloten en gaat ook niet meer open. De service wordt overgenomen door het raftcentrum. Ingrid  Zij komt kort na mij aan. Omdat wij beiden de prijs te hoog vinden, besluiten wij de hut en daarmee de prijs te delen. Wij zijn beide aan douchen en eten toe.

Ingrid Elmecker loopt sneller en meer kilometers per dag dan ik: zo'n 30 km per dag. Ze is zeer ervaren in lange tochten maken met een rugzak op de rug, maar ze heeft geen tent mee. Haar vader werkte bij de Alpen-reddingsdienst, en nam haar al van kleins af aan mee de bergen in. Ze vertrekt morgen eerder dan ik...ze ontbijt lopend of ergens onderweg. Ik sta wel gelijk met haar op - zelfde tijd als anders - maar sla mijn ontbijt absoluut niet over. Ik doe alles op mijn gemak. Zwaarder dan vandaag kan het niet meer worden (als we alle info mogen geloven) dus... Deze proef hebben we doorstaan.

Kort voor slapenstijd ontvangen we berichten dat je nu NIET over het Dovrefjell kunt lopen. Reden: de merktekens zijn ondergesneeuwd, dus je kunt de weg geworden niet meer vinden...  Hoe het over een paar dagen is, moet ik maar afwachten. 

Dag 40 - 8 juni

Na de krachttoer van gisteren, ga ik het vandaag echt kalm aan doen. Ingrid is al om 05:00  klaar voor vertrek en hoopt over twee uur in Otta aan te komen, voor boodschappen. Zelf ga ik pas om 06:30 lopen en ik arriveer pas tegen 10:00 in Otta. De weg er naar toe is vrij makkelijk. Hij voert wel heel lang omhoog en daarna weer heel lang naar beneden, maar ik kom onderweg geen moeilijke zaken tegen.

In Otta ga ik op zoek naar een gasfles. Als ik wil koken heb ik immers brandstof nodig, en wat ik nog heb, lijkt mij bij lange na zelfs niet meer genoeg om nog één keer thee te zetten. Vanaf Otta stop bij het eerste mooie plekje dat ik vind. Tempo doeloe. Het is mooi weer en lekker lui in de zon liggen niks doen is óók wel eens fijn.

Dag 41 - 9 juni

Knud loopt ook het pelgrimspad, omdat hij dat gewoon een keer gedaan wil hebben. Hij loopt er als een viking bij. Zijn kleren zijn van wol, en heeft hij zelf genaaid. Zijn rugzak is nagemaakt naar de gevonden rugzak van Otzi (Gletsjerlijk) uit het jaar X voor Christus. Knud heeft ook een zelfgemaakte muts van konijnenbont.

Vandaag zal Knud de Viking de enige zijn die ik spreek. Voor ik hem ontmoet, heb ik al een behoorlijke afstand afgelegd. Hij haalt mij in wanneer ik op mijn rug naar de wolken lig te kijken, benen omhoog tegen een boom. Hij wil weten hoe ik over de spoorlijn ben gekomen...

Wel... door over een hek te klimmen, de spoorlijn over te steken en opnieuw over een hek te klimmen. Het koste nogal wat moeite, en het was ongetwijfeld ook niet de bedoeling het zo te doen, maar ik kon geen andere manier vinden. Hij deed het precies hetzelfde. Wij zijn beide opgelucht dat wij niet de enige zondaars zijn. We vragen ons wel af hoe het dan eigenlijk wél zou moeten. De route is hier niet duidelijk.

We eten samen wat, en besluiten samen verder te lopen. Knud heeft last van zijn voeten, doordat zijn schoenen niet echt voor dit werk geschikt zijn. Maar hij klaagt niet. Hij vertelt over zijn passie: Vikingen! Het meeste geld dat hij als electricien verdient, besteedt hij aan zijn hobby. Hij weet veel over Noorse mythen en de Noorse Goden. Volgens hem leeft het geloof in Odin en de rest de laatste tijd helemaal op. Hij vertelt ook dat de Vikingen bang waren voor de drums van de Sami ... omdat die toverkracht zouden bezitten. Daar gelooft hij nou weer niet in.

Het is al avond wanneer ik besluit te stoppen en Knud alleen verder te laten lopen. Ik zet mijn tentje midden op het pad op, naast een klein helder stroompje. Water! Knud probeert Dovre te halen. Ik wens hem alle goeds.

Dag 42 - 10 juni

In Dovre aangekomen, loop ik direct door naar de kerk. Daar is alles in gereedschap gebracht voor een uitvaartdienst. De koster herkent in mij onmiddellijk een pelgrim en vraagt of ik van plan ben om "naar boven" te gaan. Hij bedoelt "over de berg" naar Fokstugu Fjelstue. Ik beaam dat ik dat wil, maar vraag of hij weet of het veilig is. Hij pakt zijn mobiele telefoon en begint te bellen. Even later schudt hij zijn hoofd. Hij legt uit dat hij met de mensen in Fokstugu gebeld heeft, en dat zij de tocht over de berg ontraden. "Je loopt tegen een muur van sneeuw op", zegt de man. "De mensen die er overheen komen, komen letterlijk allemaal van een koude kermis thuis. Het is niet veilig. Je doet er verstandig aan om nu door te lopen naar Dombas, en daar de weg naar Fokstugu te nemen. Ook een heel mooie weg, maar absoluut safe."

Ik dank voor het advies, en besluit de raad op te volgen. De route naar Dombas is inderdaad schitterend. Het gaat over een mooie geasfalteerde weg, maar er rijdt nauwelijks verkeer overheen. Ik kom langs een Olavsbron: het water zou gezondheid en zegen brengen.

In Dombas doe ik wat boodschappen, en sla daarna de weg in naar Fokstugu. Daar zal ik morgen aankomen. Eerst bivakkeer ik op een open plek, boven Dombas.  

Vervolg: Dovre - Trondheim

Ik stel het zeer op prijs wanneer je iets in het gastenboek schrijft

voor je deze website verlaat.