Dharmapelgrim Yogi 

     De weg loopt door het hart

2015:  "Pieterpad" - Voorbereiding op pelgrimstocht 2016

Het Pieterpad loopt officieel van Pieterburen naar de St. Pietersberg in Maastricht. Ik ben gelopen van Uithuizen naar Maastricht. In Uithuizen begint namelijk het Jacobspad naar Santiago de Compostella. Van Uithuizen ben ik eerst naar huis gelopen, in Woudbloem. Enkele weken later ben ik vanuit Woudbloem naar Zuidlaren gelopen, om daar het Pieterpad op te gaan. Onderweg ben ik soms van het Pieterpad afgeweken, omdat ik óf de weg kwijt was (ik liep zonder boekje) óf weer op een pelgrimspad terecht was gekomen en dat dan weer een paar kilometer volgde. 

22 juni 2015: Uithuizen – Wittewierum (22 km)

Dini brengt mij ’s morgens rond 10.00 uur met de auto naar Uithuizen, waar ik pas om elf uur een afspraak heb met de koster van de Jacobskerk, waar het Jacobspad begint (Uithuizen – Hasselt; slechts een klein deel van de camino naar Santiago de Compostela). 

De koster zal het eerste stempel zetten in mijn credential, ofwel pelgrimspaspoort. Ik heb er overigens twee, omdat ik vermoed dat één te weinig ruimte biedt voor alle stempels die ik wil verzamelen. 

Het plan is om in twee dagen van Uithuizen naar huis te lopen. Ik ervaar dan voor het eerst hoe het is om een hele dag met een rugzak van circa 14 kilo te lopen. En morgen weet ik ook hoe het is om een slaapplek te vinden en om in het tarptentje op de harde grond te liggen. Na deze eerste volledig bepakte wandeling kan ik ook beter antwoord geven op vragen als: "heb ik alles bij me, of misschien teveel?". Ik beschouw deze eerste over het Jacobspad als een soort generale repetitie.  

Jacobskerk in Uithuizen, het begin van de Jacobsroute Uithuizen - Hasselt

Pelgrims-paspoort uitgegeven door het Ned.Genoot-schap van St.Jacob.

Het pelgrims-paspoort dat ik van mijn dochter gekregen heb.


Het is redelijk wandelweer, afgezien van een aantal fikse buien waarvoor ik steeds tijdig een schuilplaats weet te vinden: weinig wind, aangename temperatuur en een getemperd zonnetje tussen de buien door. Ik volg de aangebrachte tekens: de gele gestileerde Jakobsschelp op een blauwe achtergrond. Dat gaat meestal goed. Wanneer ik een keer een aanwijzing mis, weet ik waar ik heen moet omdat de route bekend is: Uithuizen, - Zeerijp - Eenum ... en zo verder. 

Onderweg word ik twee maal aangesproken. Zij reageren op de vlaggetjes die ik op mijn rugzak heb bevestigd: één van Groningen, en één van het Genootschap van Sint Jacob. Of ik echt van plan ben om helemaal naar Santiago te lopen? Ik antwoord: Ja, maar niet dit jaar. Volgend jaar wel. Dit is oefenen.

In Zeerijp heb ik zelf een stempel gevonden en in het paspoort gezet. In Eenum: dat is een ander verhaal.

Op zoek naar een stempel, wijst men mij in Eenum naar een huis bij de kerk. Een vriendelijke vrouw ontvangt mij in een serre, en schenkt een kop thee voor me in. Terwijl zij op zoek gaat naar een stempel ("Die hebben we wel!") kijk ik rond. Ik zie overal; kikkers. Tekeningen van kikkers, kikker-beeldjes, kikker-asbakken, kikker-bloempotten, kikker-ditjes en kikker-datjes. Mijn verbazing is dan ook groot wanneer de vrouw eindelijk een stempel in mijn paspoort zet, onder de verzuchting "Ik houd niet van kikkers!". "Maar ik zie overal kikkers", roep ik uit. De vrouw knikt en zegt ernstig, "dat klopt, maar die kwaken tenminste niet." Zou zij daar de kerkgangers in Eenum mee bedoelen? 

In druilerig weer loop ik verder. Bij een molen kan ik net op tijd onder de rietkap schuilen tot een fikse regenbui is overgetrokken. Wanneer ik daarna verder loop, vergeet ik de plastic zitlap mee te nemen. Als ik daar achter kom, besluit ik niet terug te gaan om die weer op te halen. Iemand zal hem wel vinden, en waarschijnlijk wel weggooien. 

In Wittewierum zegt de beheerster van de kerk dat de kerk wél open is, maar dat er géén stempel is. Wanneer ik echter in de kerk ben, zie ik een stempeldoos. En waar stempeldozen zijn ... ? En ja hoor, daar ligt een stempeltje bij. Ik ga terug naar de beheerster, en laat het stempel zien. Ze is stomverbaasd en roept met hoge stem: "Hebben wij een stempel? NOOIT geweten ..." 

Na het kerkje bij Wittewierum sla ik linksaf en vervolg mijn weg daarna niet naar Woltersum (waar het Jakobspad naartoe gaat) maar naar de brug over het Eemskanaal, waar ik rond zeven uur aankom. 

Ik overweeg gewoon door te lopen naar huis, want dat is nog maar 12 kilometer... maar dat is niet de bedoeling. De opzet is om één nacht in de tent te slapen, en daarom besluit ik vlak voor de brug halt te houden. De tent staat onder het talud achter struiken, in een flauwe bocht van de weg, volledig uit het zicht van verkeer. Rond 21.00 uur val ik in slaap.  

 23 juni: Wittewierum - Woudbloem (12 km) 

Ik tuk de hele nacht door. Pas rond een uur of zes ‘s morgens wordt ik wakker van het poete-poete-poet geluid van een binnenvaartschip dat de brug over het Eemskanaal passeert. En dan: ontbijt maken … inpakken en vervolgens in ongeveer drie uur naar huis lopen, via de Pauwen en dan langs het Afwateringskanaal. 

 

Test geslaagd. Tijdens de laatste kilometers bedenk ik dat het om nog een reden verstandig is geweest te stoppen: ik voel mijn spieren behoorlijk! Doorlopen had wellicht tot blessures geleid. Les geleerd: niets forceren en tijdig stoppen is beter dan stoer doorlopen alleen omdat het kan. 

6 juli: Vertrek vanuit huis naar Zuidlaren

De eerste echte kilometers van het Nederlandse deel van de camino. Ik vertrek om 12.30 uur 's vanuit huis, uitgezwaaid door Dini. Ik steek thuis meteen de weg over en verdwijn langs het bos om binnendoor - dus niet over de weg - naar Kolham te lopen. Daardoor raakt Dini even de kluts kwijt, want ze probeerde mij - hoor ik later als ik terug ben - ook nog op de weg te zien om na te kijken ... maar zag door mijn routekeuze ineens niemand meer lopen. 
Via Kolham, Kropswolde en De Groeve - langs een wat saaie rechte weg - kom ik rond 17.30 aan bij het "Oude mannenkanaal" bij Zuidlaren. Geleidelijk voel ik me wat "vrij" worden. Ik zet de tent op langs de vaart, op een verlaten weiland achter een haag van brandnetels, hoog gras en distels. Voor (namaak)koffie haal ik water uit het kanaal door een filter (Care-plus). Voor het slapen gaan - rond 21.00 uur -, zwem ik nog even in mijn blote kont in het kanaal. Heerlijk. De eerste dag is om voor ik er erg in heb. 

Rond 23.00 uur word ik wakker door gesnuffel. Een hond probeert zijn kop door het muskietengaas naar binnen te steken maar gaat weg als zijn baasje hem roept. Kennelijk laat iemand zo laat nog zijn hond uit langs het kanaal. 

Voorspelde onweersbuien blijven gelukkig uit. 

7 juli: Zuidlaren - Rolde

Na een verder rustige nacht sta ik om 05.00 uur op. Waarom blijven liggen als je klaar wakker bent? Het is prachtig weer! Relaxed ontbijten en daarna alles inpakken. Om 07.00 op pad. Het valt me op hoe rustig het nog is op straat.  


Op de Kerkbrink vind ik het eerste wit/rode teken van het Pieterpad en met de spaarzame aantekeningen (op geplastificeerd papier) in de hand, gaat het nu richting Rolde. Onderweg ontmoet ik nog enkele andere Pieterpad-lopers… allemaal vrouwen. 

Mijn schouders beginnen pijn te doen. Ik trek met een veter de draagbanden van de rugzak nog wat naar elkaar toe, zodat de rugzak dichter op de rug blijft. Dat helpt, maar ik vermoed dat ik gewoon moet wennen aan hele dagen rondlopen met een pak van 12 tot 14 kilo.  

Eenzaam in het bos. De hele avond geen mens meer gezien. Bij vertrek wel alles zo achterlaten dat niemand nog een spoor van me terug kan vinden.

Het lukt me niet om met mijn smartphone op internet te komen, als er geen Wifi is. Ik vraag me af waar het aan ligt. Whatsapp en Hike Node werken niet, net zo min als andere apps. Geen bereik? Ik heb toch een abonnement afgesloten mét internet! Wat is dat nou? 

Terwijl ik op een bankje wat zit uit te rusten, word ik ingehaald door een jonge vrouw die het zichtbaar warm heeft. Ze ploetert met een rood hoofd voort. Nee, ze wil niet óók even uitrusten. Wanneer ik zelf even later weer onderweg ben, haal ik haar in. We lopen een tijdje samen op. Ze is niet van plan om het hele PP te lopen, zegt ze; verder dan Hardenberg gaat het niet dit jaar. Wanneer we zwijgend verder gaan, blijkt al snel dat ons tempo nogal verschilt en we gaan uiteindelijk ieder onze eigen weg. Ik zie haar nog één keer in Rolde, waar zij in een B&B overnacht. 

In Rolde heb ik een stempel gekregen in het pelgrimspaspoort. Dat stempel kreeg ik niet in de kerk (daar was niemand) maar in een winkel in de buurt van de kerk. De uitbater had het stempel onder de toonbank. Er werd vaker naar gevraagd. Het Jacobspad loopt ook door Rolde. (Het Pieterpad kruist ook in Limburg enkele malen het pelgrimspad, zal ik later merken.)  


Omdat het nog vroeg in de middag is ... nou ja, wat heet vroeg? ... loop ik door. Maar eerst doe ik nog wat boodschappen, omdat er in Schoonloo niets te koop is, naar men zegt. Ook vul ik mijn watervoorraad bij tot 2 liter. Daarna valt het niet mee om weer op het juiste pad te komen. Uiteindelijk lukt het, na veel "heen en weer", en uiteindelijk vind ik het in de buurt van Anderen wel genoeg geweest. De tent staat in een mum van tijd, opnieuw achter een haag, met uitzicht over open veld. Heel in de verte loopt een fietspad. Ik vraag me af of men van daaruit kan zien dat ik hier ben. Ik denk van niet. 

Voor de tweede dag op rij eet ik noedels (die meegebrachte zakjes moeten tenslotte op). Mijn gasbrander sputtert en gaat steeds uit. 

Dini, mijn vrouw gebeld: thuis is alles goed. 

8 juli: In Schoonloo is niets te koop ...

Weer om 05.00 uur opgestaan. Dat zal ik bijna alle dagen van deze tocht blijven doen. Het bevalt me uitstekend. En dan ergens tussen 06.30 en 07.00 uur beginnen met lopen. Alles is rond die tijd nog stil en fris.  

Op naar Schoonloo, onder een bewolkte hemel waar vaak buien uit komen. Mijn broekspijpen zijn al gauw kletsnat door het lopen over smalle paadjes tussen hoog nat gras. Ik bedenk ineens dat ik gamaches bij me heb, en eenmaal aan bevallen ze goed. 
Misschien komt het door het slechte weer, maar ik kom geen wandelaars tegen! Wel een paar gezinnen en een groepje giechelende meiden in huifkarren. In een café waar ze slechte, dure chocolademelk serveren maak ik gebruik van gratis WIFI. (Ja, ik heb voor deze tocht een smartphone aangeschaft, maar waarom werkt internet niet in het vrije veld? Zou toch moeten, want ik dat hoort bij het abonnement). 

In Schoonloo is inderdaad niets te koop en nog minder te doen, dus loop ik maar door richting Sleen. In een bos sla ik een zijpad in en vind daar een geschikte plek voor mijn bivak. Mijn maaltijd bestaat voor de derde keer op rij uit noedels, want die moesten op en bovendien had ik niets anders. Morgen in Sleen maar wat anders inslaan. Vandaag in totaal € 3,- uitgegegevn (choco + een mars). Het blijft buiig weer. Vroeg gaan slapen. 

9 juli: Where are you comming from? 

Ook al zei Dini gisteravond door de telefoon dat het vanmorgen slecht weer zou zijn... zie ik als ik uit mijn tentje kruip een heldere hemel, en rond zeven uur ben ik op pad, maar al na een uurtje merk ik dat ik door onoplettendheid de weg ben kwijtgeraakt. De GPS op de telefoon doet het dus niet, maar door logisch nadenken komt alles weer goed. Ik vermoed zelfs dat ik onbedoeld een stuk van de officiële PP route heb afgesneden. 

Ik vind een dood ree op mijn pad. Is het gepakt door een hond of vos? Wanneer ik later wordt ingehaald door andere Pieterpad-lopers (alleen vrouwen), zeggen zij géén dood ree te hebben gezien. Is het dan zo snel opgeruimd door boswerkers? 

Rond 09.00 uur wandel ik langs "Wenning", waar PP lopers middels een bord welkom worden geheten en uitgenodigd om even uit te blazen. Ik zie niemand! Alles is zelfbediening. Op een grasveld staan grote picknicktafels met stoelen er omheen. In een schuur is een koffiekamer ingericht, zodat je er ook bij slecht weer terecht kunt. Ik kan kiezen tussen thee of koffie zetten. Als notoire theedrinker is die keuze gemakkelijk. Het blijkt dat er behalve schone toiletten ook gelegenheid is om te douchen! Ik aarzel, maar besluit toch om dat nu niet te doen, hoe verleidelijk ook. Voor ik weer verder loop, reken ik af door geld in het daarvoor bestemde kistje te deponeren. Geweldig, dat zoiets nog mogelijk is.  

Ik raak één keer van het pad af, maar vind het ook weer terug door goed na te denken. (Ik kan  nog steeds geen gebruik maken van de mogelijkheden van mijn smartphone). 

In de loop van de morgen wordt het druk op de fietspaden: de Drentse fietsvierdaagse is in volle gang. Ik verbaas me over dikke achterwerken op smalle zadels...Het pad gaat verder door bos en nog meer bos. Het begint te regenen. De meeste fietsers hullen zich in plastic. Het lijkt soms een echte poncho-show! Sommige mensen roepen iets in het Engels naar me, en ik begrijp niet waarom, tot een jonge man mij vraagt: "Where are you comming from?", wijzend op het vlaggetje dat boven mijn rugzak uitsteekt. "Oet Grunn'n", antwoord ik. "Do you speak English?" vraagt de man, "I do not speak Norwegian". 

"Ik ook niet, dus laten we maar in het Nederlands verder gaan," zeg ik lachend, vooral om de uitdrukking op 's mans gezicht. 

Het zal mij de komende weken vaker gebeuren, dat men mij in het Engels aanspreekt. men kent de Groninger vlag niet en denkt dat ik uit Scandinavië kom. Aan de andere kant zijn er ook Groningers die bij het herkennen van het vlaggetje hun duim opsteken en spontaan de eerste regels van het Groninger volkslied beginnen te zingen: "Van Lauwerszee tot Dollard tou, van Drenthe tot aan 't Wad ..."In Sleen koop ik een boerenfrites (groenten + spekjes op héél veel friet, krijg het niet op) voor € 4,-. Vanavond ga ik niet koken want ik heb eerst een nieuwe brander voor mijn kooksetje nodig. De brander die ik bij me heb gaat steeds uit, tenzij ik aan het gastankje eronder blijf schudden. Dat werkt natuurlijk niet. Even later vind ik een winkel waar ik inderdaad een nieuwe brander kan kopen. Hier verder geen problemen meer mee gehad. \

Mijn smartphone laad ik op met "heilige prik" uit een stopcontact in een kerkje. Ik zal dat later in andere kerken en kapelletjes vaker doen. 

Ik rust uit in een weiland, en val in slaap. Mijn bril heb ik afgezet, en als ik weer op pad ga, vergeet ik de bril weer op te zetten. Wanneer ik verderop met toestemming de tent opzet bij een melkveehouderij merk ik pas het ontbreken van mijn bril. Ik loop snel het hele stuk terug (zonder rugzak), maar kan de bril nergens meer vinden. Heel vervelend, want ik kan nu geen kleine lettertjes meer lezen. Terug bij de melkhouderij krijg ik een volledige rondleiding door de stallen, met uitleg over moderne veeteelt.   

Het schemert al wanneer een LA-loper mijn tentje voorbij loopt. We maken een praatje. Hij vertelt dat hij na zijn ontslag (wegbezuinigd uit de jeugdzorg) tot boven de poolcirkel is gewandeld om zich niet te vervelen. Nu zakt hij geleidelijk naar het zuiden af, en heeft besloten om van wandelen (voorlopig) zijn manier van leven te maken. We hebben het  over wild kamperen, vuur maken, en het eten van weegbree, brandnetels enzovoorts. Hij kent geen “krentjes”van de krentenboom (Amelanchier lamarckii), terwijl er hier toch genoeg staan.De krentjes zijn best lekker, ik heb er vandaag handenvol van op. Het is bijna donker bij het afscheid nemen, maar hij wil nog even doorlopen. "Ik zie nog genoeg", zegt hij laconiek.  

10 juli 2015: 3400 kCal nodig per dag

Kort na de start mijzelf met behulp van mijn wandelstokken een weg gebaand over een met bramen en brandnetels overwoekerd pad. Arme dames met blote benen en zonder stokken, denk ik.   

In Coevorden koop ik bij de HEMA voor € 5,- een leesbril, en voor € 1,50 een halve rookworst. De geur en de smaak roepen oude herinneringen bij me op. Hoe lang is het geleden dat ik zo'n stuk worst heb gegeten? Meer dan twintig jaar, schat ik. O ja, meer nog. Het gekke is dat ik wél weer hoe oud ik was toen ik voor het eerst een HEMA-worst proefde: acht jaar! Ik kreeg er een van mijn oma in Zaandam. Voor mijn gevoel was die worst wel een stuk groter ...  

Ik sla wat boodschappen in bij de Jumbo: 1 liter chocomel; 250 gram nasigroenten; een zakje pindasauspoeder; een zakje nasikruiden; dadels; 6 krentebollen; twee baquettes en een doosje smeerkaas. Buiten verorber ik de baquettes met de smeerkaas en drink ik de hele liter chocomel op. Ik loop liever óp chocomel dan er mee. (Zo'n pak weegt tenslotte 1 kilo, en dat voel je.) Bovendien kan ik de calorieën goed gebruiken. Na enig rekenwerk ben ik uitgekomen op een dagelijkse behoefte van 3400 kCal, zolang de voettocht duurt! Dat is best veel, maar wat wil je? Met minder gaat het niet, want de beentjes moeten wel op krachten blijven.      

Wanneer ik weer bivak maak, ben ik behoorlijk ver voorbij het punt waar ik volgens mijn wandelsschema - gebaseerd op gemiddeld 20 km. per dag - zou moeten zijn. Géén blaren! Géén andere ongemakken meer ... 

Ik maak nasi met couscous in de plaats van rijst, maar krijg het niet op. Wat over is dek ik af met de deksel van de pan, want eten weggooien is in mijn ogen gewoon verkeerd. Dat doe je niet. Dus: morgenochtend nasi als ontbijt? Waarom niet? Het alternatief - een portie nasi een hele dag mee sjouwen, broeiend in een plastic bakje - is vragen om problemen. Vannacht staat alles koel (buiten de tent.)  

 11 juli 2015: gezond voedsel op straat. 

Wanneer ik het pannetje met nasi oppak, zie ik dat er tientallen heel kleine miertjes onder het deksel zijn doorgekropen. Eerst begin ik ze daar één voor één weg te pakken, maar ik kom er al snel achter dat dát onbegonnen werk is. Dan bedenk ik dat mieren eetbaar zijn, en ik besluit ze daarom gewoon maar mee te bakken. En eerlijk is eerlijk ... ik heb er helemaal niets van gemerkt. Toch zal ik er een volgende keer voor zorgen dat mijn etensrestjes beter zijn afgedekt, of liever nog: dat er geen restjes zijn.   

De globetrotter komt mij achterop wanneer ik op een bankje zit te dubben welke kant het pad nu precies opgaat. Hij zegt het PP niet verder te gaan volgen maar af te slaan richting Duitsland, en dan gewoon door te lopen tot “weet ik waar”. 

Even later wordt ik ingehaald door een echtpaar dat ik gisteren ook al tegenkwam, maar toen liepen ze in de andere richting! Het blijkt dat ze in Gramsbergen overnachten en vanuit het station stukken van het PP lopen – om weer met de trein terug te keren naar het vertrekpunt. Ja, zo kan het ook. 

In Hardenberg bemachtig ik in een protestants kerkje een stempeltje. En daarbij ook een kop thee en een müslibol. Op het toilet vul ik mijn voorraadje WC-papier aan door enkele velletjes op te rollen. En ondanks dat ik het wachtwoord van de koster krijg, werkt WIFI niet. Nou ja, dan maar niet. 

Wanneer ik doorloop, vind ik zomaar puntgave maar lekker rijpe kiwi’s langs de weg. Kennelijk door iemand verloren. Omdat ik ze niet in mijn rugzak wil, eet ik ze ter plekke maar op. Vitaminen! 

Het wordt warm vandaag. Dat betekent: veel drinken, maar ook.. veel en vaak piesen. Ik pauzeer op het heetst van de dag in de schaduw van een enorme boom, en zie dommel wat weg. 

Als het koeler wordt, ga ik verder. Ongeveer 3 kilometer voor Gramsbergen stop ik bij een boerderij. Van de vriendelijke mensen daar mag ik mijn tentje onder een kastanjeboom opzetten. De volgende morgen heb ik daar lichte spijt van: mijn tentje zit onder de vogelpoep. 

12 juli: ... koop hier maar wat lekkers voor, voor jezelf.  

Vanmorgen in dubio gestaan: wel of geen poncho aantrekken? Toen ik hem aantrok, hield het op met regenen... dus trok ik hem na verloop van tijd maar weer uit, waarna het onmiddellijk begon te druppen. Uiteindelijk besloten hem toch opnieuw aan te trekken, waarna het niet alleen onder de poncho, maar ook daarbuiten droog werd. De oplossing? Ervoor kiezen om desnoods nat te worden, hetgeen ook gebeurde. 

Om 09.15 kom ik bij een NH kerk in Ommen aan. Omdat er voor 09:30 uur een dienst gepland staat, besluit ik te blijven. Mijn rugzak mag zolang in de sacristie staan, en mijn telefoon kan ondertussen mooi aan de oplader. Ook weer geregeld. Het thema van de dienst is zeer toepasselijk: onderweg zijn. 

Na de dienst neem ik graag de uitnodiging aan om koffie te blijven drinken. Wanneer ik vertel over mijn "Hartstocht" geeft een vrouw mij spontaan eu 10,- voor onderweg, die ik eerst weiger aan te nemen, maar uiteindelijk toch maar accepteer omdat ze nogal aandringt dat ik er vandaag nog "iets lekkers" voor moet kopen voor mezelf. Een andere vrouw vraagt of ik missschien bij haar wil lunchen, maar omdat ik het daarvoor nog veel te vroeg vind en graag verder wil lopen, sla ik dat aanbod af. Rond lunchtijd ben ik inderdaad alweer een paar kilometer verder, en koop daar voor het gekregen bedrag een punt appeltaart met slagroom en een kop hete chocomel. (Wat er daarna nog overblijft, leg ik die avond bij, wanneer ik mijzelf trakteer op een "pannekoek naturel", met veel stroop. 

Boven op de Lemelerberg (of was het de Achener berg?) bel ik Dini, mijn vrouw. Ik kijk hier uit over haar geboortestreek en vertel haar wat ik zoal zie, ondanks de laaghangende bewolking en de miezerige motregen. 

Twee kilometer voor Hellendoorn stop ik bij een natuurcamping, waar ik voor eu 9,50 (inclusief belasting) een plaatsje vind. De douche is heerlijk, maar het gebruik van Wi-Fi valt tegen: het lukt alleen met héél véél geduld. 

13 juli: regelmatig van het padje af ...  

Vandaag door Hellendoorn gelopen, richting Holten, en zeer weinig mensen ontmoet.Het was er ook echt het weer niet voor om onderweg te zijn. 

Zelf verzink ik al wandelend regelmatig in diep gepeins, met als gevolg dat ik meerdere malen de weg kwijt raak. Doordat plaatsbepaling met behulp van GPS en Hikers Node nog steeds niet werkt, dwaal ik op gevoel uiteindelijk toch steeds weer terug het pad op. Ondertussen geniet ik met volle teugen van de heerlijke frisse bosgeur, gekruid met hars afkomstig van stapels omgezaagde bomen. 

Omdat ik geen geschikte plek vind om te bivakkeren, en ook nergens kan aankloppen bij een boer om te vragen naar een stukje weiland, besluit ik om opnieuw op een camping te gaan staan. Deze is goedkoper én beter dan de vorige! De douche is opnieuw een zegen. 

13 juli: Moeders wil is wet. 

Regen, regen, regen ... 

Op de Holterberg ontmoet ik 3 jonge meiden die met "monsieur Pompou" aan de wandel zijn, een pakezel van 22 jaar oud. Dolle pret. Bergop wil die ezel wel lopen en kunnen ze hem amper bijhouden, maar bergafwaarts? Ho maar. Ze hebben "monsieur" te leen van een ezelopvang om alle bagage voor ze te dragen. Pompou mocht van de eigenaar niet met mannen op reis, want dan zou hij prompt nukken gaan vertonen, maar met meisjes ... geen probleem. Behalve bergafwaarts dan, blijkt. Ik heb ze met zijn allen veel geduld met elkaar gewenst. In Holten ga ik op zoek naar een kerk om een stempel te halen. De protestantse kerk heeft er geen, de RK kerk wel. In laatstgenoemd kerkgebouw zijn een paar mannen de kerkbanken aan het vernissen. Het hele interieur straalt mij tegemoet. De pastoor woont naast de kerk, en vertelt me dat er voor al dat poetsen een duidelijke aanleiding bestond: in het voorjaar was de kerk bijna in vlammen gegaan. Tijdens een viering hadden kinderen kaarsen naar binnen gedragen en voor in de kerk neergezet, op plastic houders. Na de dienst was de koster vergeten de kaarsen te doven ... en toen de pastoor 's middags op basis van een ingeving toch nog maar eens in de kerk ging kijken, sloeg de zwarte walm hem tegemoet! De roet van verbrandend plastic hing als een duistere wolk in het hele gebouw. "Het schoonmaken heeft tot nu toe bijna eu 50.000,- gekost"; zegt de pastoor. "Zoveel?" roep ik verbaasd. "Ja, maar dat komt vooral dat het hele orgel uit elkaar moest worden gehaald en pijp voor pijp gereinigd moest worden," krijg ik te horen. 

Enfin, we spreken nog een uur verder over van alles en nog wat, en daarna krijg ik mijn stempel, plus de zegen na. 

Aan het einde van de dag sla ik mijn tent op bij een ex-boer, achter zijn schuur. Even later komt zijn moeder mij uitnodigen voor de koffie, 's avonds om acht uur bij haar in de keuken. Even later komt de man terug en nodigt mij óók uit voor de koffie om acht uur, bij hem in de keuken. "Is dat dezelfde keuken, als die van uw moeder?" vraag ik. Nee dus. Omdat moeders wil ook hier wet is, zitten wij om acht uur uiteindelijk bij haar, samen met de voor deze gelegenheid uitgenodigde buren! "Dus u bent pelgrim?" begint een van hen het gesprek. "Ja," antwoord ik enigszins verrast door de directheid van de vraag. "Wat houdt dat dan eigenlijk in?" is de volgende vraag, en iedereen gaat er even voor zitten. 

Wanneer ik tegen tien uur terugkeer naar mijn tentje, krijg ik twee dik met roomboter besmeerde plakken krentenmik mee, plus twee koeken 'voor onderweg'. Warm weggekropen in mijn slaapzak hoor ik regen, regen, regen  ... Gelukkig blijft binnen alles goed droog. 

13 juli: waar je al niet lol aan kunt beleven ... 

Dat had ik nog niet gehad: REGEN! Desondanks ga goed gemutst op weg naar Laren. Vannacht heb ik zowel de accu van de smartphone als mijn powerpack (Smartline) op kunnen laden in de paardenstal. Dat stelt me zeer tevreden. 

Kort na vertrek zie ik in mijn ooghoeken een man enigszins "sluipend" uit zijn huis komen. Kennelijk wil hij niet opgemerkt worden? Ineens draai ik mij om en krijg de indruk dat hij zich betrapt voelt. Daar blijk ik niet ver naast te zitten. Ongevraagd biedt hij zijn excuses aan en uit hij vervolgens zijn teleurstelling "Sorry, sorry ... sorry ... Jammer dat u mij heeft gezien," prevelt hij, "ik wilde u laten schrikken ... Dat vind ik leuk. Ik trek -als het even kan- bij voorbij trekkende wandelaars even aan hun rugzak! Dan geven ze soms een gilletje." Waar je al niet lol aan kunt beleven, denk ik, maar zeg niets. Vervolgens ratelt de man door en vertelt in geuren en kleuren over zijn ondeugendheid. Hij heeft niets kwaads in de zin hoor, helemaal niet! Hij doet het echt alleen maar voor de kick, voor de gein. Ja, ja.    

Het blijft regenen tot ik bijna bij Laren ben. Ik besluit niet verder te gaan. Het is weliswaar pas een uur of twaalf, maar nu het eindelijk beter weer wordt, lijkt het mij verstandig alles eerst te laten drogen. Voor eu 5,- mag ik een nachtje blijven. De camping is zeer eenvoudig, maar voorzien van de meest elementaire zaken: douche, toiletten en Wi-Fi. 

Bij de camping hoort een manege. Tientallen meisjes zijn druk in de stallen druk in de weer met paarden en pony's: borstelen, hoeven uitkrabben, vijgen opscheppen en in kruiwagens doen, en wat al niet. Ik zie één jongetje. Buiten de stallen spelen kleine kinderen met water, modder en alles wat verder voor handen is om mee te spelen. Zelf zitten ze ook onder de blubber. Volgens mij is dit duizend maal beter voor ze dan thuis achter een computertje of voor de televisie zitten. 

Af en toe even uitblazen ...

Mijn leesbril gaat kapot. Een van de pootjes laat los, en kan niet meer vastgezet. Omdat ik toch naar Laren wandel voor boodschappen (onder andere goulashsoep kopen) haal ik deze keer een brilletje bij het Kruidvat. Kost maar eu 3,50 deze keer. 

Terug op de camping is alles inmiddels door de zon gedroogd. 

Er staat een stoeltje voor mijn tent? Die is daar door de campingeigenaar neergezet, zodat ik tenminste fatsoenlijk kan zitten.  

14 juli: de meesten willen óók, maar hebben aarzelingen...  

Het blijft maar miezeren. Het is niet koud of heet, maar druilerig en drukkend weer. Ik kom tot mijn verrassing dezelfde dame tegen als in Coevorden (57). Ze loopt nu met een vriendin van het werk een stukje PP. Twee leuke, sportieve vrouwen, die graag een praatje maken. Ze willen het hele PP wel een keer gelopen hebben, maar zijn van plan daar jaren over te doen. In allemaal kleine etappes van een kilometer of tien.

En bij Vorden kom ik twee maal dezelfde man tegen? Hij blijkt een “ achtje”  te lopen rond Vorden. Hij vertelt me dat hij ook heel graag een keer naar Santiago wil lopen, maar “durft” dat niet echt. Grappig. Veel mensen die ik onderweg even spreek geven aan dat ze een keer naar Santiago willen lopen, maar ze hebben allemaal zo hun aarzelingen. Ze vinden het bovendien zonder uitzondering al heel dapper van mij dat ik het PP in één keer probeer te lopen, zonder onderbrekingen – afgezien van één of twee rustdagen. Kortom, het lijkt erop dat de meesten het PP al te lang vinden om in enkele weken te bewandelen, laat staan dat ze in enkele maanden vanuit huis naar Noordwest Spanje gaan lopen. Nu moet ik dat zelf natuurlijk ook nog wel even gaan waarmaken, maar als je er al van uit gaat dat het tóch niet gaat lukken … ja, dan kun je er maar beter niet aan beginnen. Blijven dromen is dan wel zo veilig. 

Onderweg ook de negentiende eeuwse theekoepel van de dichter Staring bezocht. Moest daarvoor wel even een ommetje maken, en mezelf met behulp van een trekveer over het water van de Drechsel zetten. Maar het was de moeite waard, ondanks dat schilders alles net in de verf aan het zetten waren. Ze gaven me een bakkie troost als troost… 
Deze dag eindigt op een mooi afgelegen, ietwat hoger gelegen grasveld, aangewezen door een welwillende boer. Eenzaam, met nieuwsgierige koeien als buren. Fraai uitzicht

15 juli: "Je stinkt als een bunzing!"

Richting Zelhem. In de bossen voor Zelhem raak ik voor de verandering weer eens het spoor volledig bijster, doordat ik liep te mijmeren en niet meer op de tekens lette. Ik ben verdwaald, met als gevolg dat ik rondjes loop. Uiteindelijk vind ik na een uurtje de juiste richting weer. Eenmaal uit het bos gekomen, bevind ik mij op een asfaltweg zonder naambordjes en omdat internet het op de telefoon nog steeds niet doet, bel ik Paulus (mijn zwager) maar. De paar oriëntatiepunten die ik kan geven, leiden uiteindelijk tot een routeaanwijzing, die mij leidt naar een “wegens werkzaamheden gesloten fietspad” waarop druk gefietst wordt. Het gaat recht toe, recht aan naar Doetinchem. 

Paulus pikt mij op bij een kruispunt in Doetinchem, waar ik op een boomstam gezeten op hem wacht. Aangekomen bij het huis van zus Mayke en Paulus. merkt Paulus subtiel op dat ik stink als een bunzing. Helder. Hij geeft mij een handdoek en stuurt mij naar de douche. Gelukkig heb ik nog wat schone kleren bij me, want mijn met zweet verzadigde kleren doet hij onmiddellijk in de wasmachine - samen met alles wat ik verder nog bij me heb en daar tegen kan. Daarna hebben we verder een gezellige dag  en wat later dan de gebruikelijke tijd (21.00 uur) kruip ik in bed. Liggend heb ik nog even contact met thuis: alles goed. 

Mayke en Paulus - bezorgen mij een heerlijke rustdag.

16 en 17 juli: Rust

Tot 07.00 uur uitgeslapen! Met Paulus naar Doetinchem Centrum geweest, naar de Phonehouse, de dealer van mijn smartphone. En wat blijkt: de instellingen van de telefoon waren door Telfort niet goed aangezet. Geen wonder dat internet het niet deed! De fout lag bij hen. Maar dat verandert niets aan de afgelopen tijd. Ik ben allang blij dat het verholpen is. Nu kan ik tenminste de Hiker-app gebruiken; routes zoeken, en niet te vergeten: foto’s doorsturen en Facebook bijwerken voor mijn volgers op dagen dat ik geen Wifi heb.

De was is droog. Alles kan weer ingepakt. Ik laat wel een paar dingen in Doetinchem achter die ik toch niet nodig blijk te hebben. Allemaal ballast, zoals die oude branderkop van Coleman. En een lange witte broek die ik toch niet aantrek: te veel = te zwaar. 

Vandaag verder niets gedaan.  

18 juli: ik ontmoet iemand die blij is dat hij nog leeft. 

Paulus zet me af in Braamt. Vandaar vervolg ik mijn voettocht. Het is mooi weer. De mijn bedoeling vandaag bij Hoog Elten te overnachten, maar dat loopt anders. Ik mis het dorp Hoog Elten (Duitsland!) door weer eens fout te lopen. In plaats van OVER de berg te gaan waarop Hoog Elten ligt, wandel ik er met een grote boog omheen. Uiteindelijk zijn dat niet alleen méér kilometers, maar waarschijnlijk ook gemakkelijkere, want ik hoef nauwelijks te klimmen of te dalen. Op een huis staat met grote letters een tekst van Goethe: 


Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik zou er aan willen toevoegen: "uit een auto stappen en vervolgens wat rondlopen, wat foto's maken en weer instappen om vlug naar een volgende halte te gaan, telt niet." 

In Spijk beloof ik mezelf dat het eerstvolgende bankje voor mij is. Er zit al een man op leeftijd. Ik vraag of ik naast hem mag zitten. Dat mag, waarna hij mij vertelt hoe blij hij is dat hij nog leeft. 6 jaar geleden hadden de artsen darmkanker bij hem geconstateerd. "Ze hebben eerst mijn dunne darm aan mijn endeldarm vastgemaakt," zegt hij, "en daarna moest ik aan chemokuren beginnen. Maar dat viel zwaar tegen. Ik werd daar zo ziek van, dat ik met die kuren ben gestopt, tegen het advies van de dokter in... Maar kijk, ik ben er nog steeds!" Hij glundert. Iedere dag is een geschenk voor hem. 

In Spijk bemachtig ik weer een stempel: 

Op weg naar Tolkamer ontmoet ik een moeder die met haar jonge dochter (12?) aan het wandelen is. Beide hebben een rugzak. Op mijn vraag of ik een foto van ze zal maken, antwoorden ze positief. Ik beloof de foto naar hen op te sturen. 

Iets verderop ga ik een restaurant in waar ze ook pannenkoeken serveren. Ik wil graag een pannenkoek met gember, maar dat kan niet. Geen gember! Dan maar weer stroop. Lekker veel calorieën. Daar heb ik nu echt behoefte aan. 

Vóór de fietspont naar Millingen sla ik een doodlopend zijpad in, richting maisveld. Ik vind er een perfect plekje om de tent op te zetten. Het is bijna zes uur, en ik wil een half uurtje rusten. Het worden er meer. Het is al donker als ik wakker wordt van de kou, rond elf uur. Ik kruip mijn slaapzak in en slaap verder.  

 19 juli: de pelgrimszegen mee 

Vroeg opstaan heeft vandaag geen enkele zin, want de eerste mogelijkheid om met de fietspont - uiteraard ook voor wandelaars - de Rijn over te steken naar Millingen, is om 10.00 uur. 

Eenmaal aan de overkant aangekomen, wandel ik een paar kilometer op met een vrouw die haar hond uitlaat. Aan de riem: "want als ik hem hier loslaat, zie ik hem pas over een uur weer terug met een konijn in zijn bek," vertelt ze. Ik krijg het hele verhaal te horen over hoe de hond van een vakantie in Spanje is meegenomen, en wat dat beest allemaal aan kwalen had. 

In Millingen begint de mis om 11.00 uur, en ik ben de eerste die in de banken plaatsneemt. De pastoor herkent in mij een pelgrim, en hoort mij enthousiast uit.Hij is zelf ook ooit eens in Santiago geweest, en wanneer hij van de sponsoractie hoort, stelt hij voor dat ik na de dienst met een mandje bij de uitgang ga staan om geld in te zamelen voor het goede doel. Dat levert uiteindelijk bijna 74 Euro op! De penningmeester zal dat overmaken naar het daarvoor bestemde rekeningnummer van justgiving.nl. Voor ik tegen 13.00 uur weer verder loop, geeft de pastoor mij een stempel én de pelgrimszegen.    

Het gaat nu richting Groesbeek en het landschap verandert behoorlijk. Het is flink klimmen en dalen over glibberige paden. Opnieuw raak ik van het pad af, maar vind het gelukkig ook snel weer terug. Vlak voor Groesbeek houd ik halt bij een camping, die vol staat met tenten en caravans van vierdaagselopers, in groepsvakken (per provincie) bijeen. De provincievlaggen wapperen boven de vakken. Voor mijn kleine tentje is bij de Drenthen nog wel plaats gelukkig. Mijn vlaggetje is het enige uit Groningen... Om 22.00 uur moet het stil zijn op de camping, maar dan slaap ik al.    

19 juli: het mooiste moet nog komen

Jammer dat de foto door tegenlicht tegenvalt

Jammer dat de prachtige zonsopkomst slecht uitkomt op de foto. 

Over een pad door weilanden met lang, nat gras dat tegen de benen slaat, begin ik met de tocht naar Gennep. Wat me onderweg opvalt is dat "beschermde gebieden" soms slechts de grootte hebben van een postzegel. Zo staat er ergens een waarschuwingsbord waarop te lezen valt dat je kuddes niet mag doorkruisen en dat je minstens 25 meter afstand moet houden tot de dieren. Volgens mij is het gebied nauwelijks vijftig bij vijftig meter ... Gelukkig waren er geen dieren, maar zouden ze ook kunnen staan zodat je er veilig langs kunt?

De bewegwijzering is zeker niet optimaal, en ik zie regelmatig tekens bijna over het hoofd omdat er van alles voor groeit of omdat de verf is weggesleten. Doordat ik nu wél bereik heb met mijn smartphone en Hiker-app kan raadplegen, komt het iedere keer toch goed. 

Rond 13.00 uur laad ik de accu van de telefoon op in een café, terwijl ik aan de hete chocolademelk zit. Ik realiseer me dat ik volgend jaar op de lange stukken door Frankrijk absoluut een zonnepaneeltje nodig heb, achter op de rugzak. Ik moet daar na 1 augustus maar eens goed naar zoeken. 

In Gennep doe ik boodschappen: onder meer hamreepjes, wokgroenten, krentenbollen en karnemelk (alles bij elkaar toch weer zo'n twee kilo extra in de rugzak). En terwijl ik Hiker-app raadpleeg hoe ik verder moet, spreekt een man mij aan. Hij woont langs het PP, en stelt voor een eind mee te lopen, zodat ik niet hoef te zoeken. Terwijl wij samen oplopen wil hij weten welk stuk van het PP ik tot nu toe het mooiste vind. Ik zeg hem dat hij niet de eerste is die dat aan mij vraagt. Ik antwoord dat ik niet wil vergelijken. "Elk stuk is op zijn eigen manier mooi. Toch? Dat stuk van gisteren en de stukken daarvoor zijn geweest en die van morgen en daarna moeten nog komen .. en nu geniet ik van wat ik NU ervaar, en dat is NU het mooiste van alles.".   

Na een half uur samen oplopen, wijst de man mij uiteindelijk hoe ik verder moet, en waar ik een camping op de route zal vinden. Daar kom ik rond 19.00 uur aan. Moe! De tent staat precies op tijd zodat ik mijn rugzak nog naar binnen kan kieperen voor er een hoosbui losbarst. Terwijl het gezellig doorregent, maak ik onder de luifel mijn eten klaar. 

20 juli: een "rondje" tussen "vierkantjes". 

De Maas overgestoken, en mijzelf later op dze warme dag ook met maaswater afgekoeld. Ik loop Vierlingsbeek voorbij, en lig aan het eind van de dag weer flink voor op mijn loopschema. Bivakkeerde ik in de eerste helft van het PP nog regelmatig buiten campings, dat is in de tweede helft tot nu toch anders. Maar de prijzen van de campings verschillen nogal, van 5,- tot 11,25 Euro! Voor afgelopen nacht moest ik 6,25 betalen, en dat viel mee. Opvallend: de duurste camping bood het minste, maar had ik dat al niet eerder gezegd? 

Op de camping ontmoet ik heel aardige mensen. Eerst een echtpaar, waarvan de man mij aan Prins Bernard deed denken, niet alleen qua uiterlijk maar ook met zijn lichte Duitse accent. Hij heet Jean Pièrre en zij Renée. Ze hebben inderdaad Franse roots. Opmerkelijker vind ik echter mijn onmoeting met Cindy, een knappe "zwarte" vrouw met gladgeschoren schedel, piercings en tattoos. Zij is hier met haar zoon. Morgen gaat zij naar huis, en dan komt pa haar plaats innemen. Zoonlief blijft namelijk de hele vakantie op de camping en de ouders wisselen elkaar af. Cindy vindt zichzelf een "rondje" tussen allemaal "vierkantjes"; en zegt in mij ook een "rondje" te herkennen: anders dan de meeste mensen, en die opvatting bestrijd ik niet. Cindy zegt dat ze docente is op een middelbare school, en vertelt over haar ervaringen daar met leerlingen én leerkrachten. Ze steekt haar mening over omgaan met jongeren; discriminatie; vrouwenrechten en andere actuele onderwerpen niet onder stoelen of banken. Volgens mij is zij een vrije denkster, een oprecht sociaal mens en vooral: verrekt goed bij. Dat lang niet alle collega's op haar school haar eigen-wijze opvattingen waarderen - en het feit dat ze daar heel open in is - , herken ik. Openheid in combinatie met ideeën die niet main-stream zijn, roept nogal eens weerstand op. Zij bedankt mij voor onze ontmoeting. Ik vind dat ik juist haar moet bedanken.  

22 juli: het onzichtbare pad

Al heel vroeg passeer ik het plaatsje Smakt, een pelgrimsoord. Volgens informatie bij de kapel is dit de enige St.Jozef kapel in Nederland. Zo vroeg in de ochtend kan ik niemand vinden om een stempel in mijn paspoort te zetten. Buiten staat wel een bord, met de volgende tekst:

Het onzichtbare Pad  

Pelgrim?                       

Vandaag?                     

Juist vandaag!

Misschien niet zozeer naar Rome, Santiago, Mekka of Smakt

Als wel een pelgrim op het onzichtbare pad in het innerlijk landschap

Dát is de plek, waar alles begint, waar alles eindigt.

Het innerlijk landschap is het gebied dat we willen leren kennen.

Het onzichtbare pad leidt naar het midden waar het leven zich steeds vernieuwt.

vrij naar Bodar Schelderup -                  door Marco v.d. Plagge

De rest van de dag loop ik langs fraaie bloemenvelden: rozenkwekerijen. En ik vind een slaapplaats achter de heg op een groot, kort gemaaid gazon van een aardige man die met zijn kleindochter (neem ik aan) rondjes rijdt op een kleine tuin-trekker. 

 23 juli: Gastvrij onthaald.

Geen idee meer welke dag van de week het eigenlijk is. De dagen zelf worden steeds onbelangrijker. Alleen wat IS, telt. Gistern of zelfs verleden uur is volmaakt voorbij en de rest moet nog komen. Of niet. Het lijkt mij helemaal niet erg om al pelgrimerend van het aardse pad over te stappen naar het eeuwige pad. hoewel ... Mijn smartphone wekt mij uit mijn wandelroes: er is thuis iets aan de hand ... het gaat over kozijnen. Het breekt echt de sfeer waarin ik verkeer, maar ik begrijp dat er iets wringt met de leverancier. We komen er wel uit. 

Ik doorkruis Venlo, doe boodschappen en wandel verder. In Tegelen kom ik bij een oud Trappistenklooster. Aan de poort vraag ik of iemand weet waar of ik vannacht misschien mijn tent neer kan zetten. "Dat kan hier..." krijg ik te horen. En zo ben ik te gast bij Emmäus Feniks. In plaats van zelf te moeten koken, eet ik met de gemeenschap die hier woont mee. De aardappelen en groenten komen uit eigen tuin, wordt mij verzekerd.  (Bij wijze van betaling sta ik de gedane boodschappen af: gehakt, groenten, yoghurt.) 

Ik sta op het "gastenveld", helemaal alleen. Het is hier prachtig. Deze Emmäus gemeenschap is opgericht door Harry na zijn voetreis naar Santiago (nu zo'n zeven jaar geleden) naar het voorbeeld van de Emmäus gemeenschap in Houten bij Nieuwegein. De gemeenschap doet aan daklozenopvang en resocialisatie, gekoppeld aan een kringloopwinkel. Er gelden hier duidelijke, strikte regels, en gastvrijheid staat hoog in het vaandel. Er werken hier meerdere vrijwilligers uit de omgeving. Als gast krijg ik een gastenpasje, zodat ik desgewenst vannacht naar het toilet kan en morgenvroeg voor iedereen wakker is mijn eigen ontbijt kan klaarmaken. Als klap op de vuurpijl zet Harry een stempel in mijn paspoort: van het Genootschap van St. Jacob. 

Al met al is dit een geweldige ervaring, en deze ontmoeting met de gemeenschap bevestigt weer eens dat er véél meer goede mensen op deze wereld zijn dan kwaadwilligen. 

24 juli: Refugio Roermond  (Noot d.d. dec. 2015: inmiddels weer gesloten op last van de brandweer) 

De weg naar Swalmen leidt mij door bos, bos en nog meer bos. Het is benauwd, drukkend weer. het zweet gutst langs mijn rug en - heel vervelend - door mijn wenkbrauwen in mijn ogen. Ik drink veel, vooral water maar bedenk dat ik ook wel wat zout kan gebruiken. Ik maak langs de kant van het pad een kop tuinkruidenbouillon. Dat is onder deze omstandigheden uitermate welkom. Wanneer ik Roermond nader, vraag ik mij af waarom ik de kathedraal al niet van verre kan zien... tot mij eindelijk duidelijk word dat de kathedraal lager ligt dan waar ik loop!. De entree in Roermond is niet fraai, via het industrieterrein, maar eenmaal in Roermond blijkt het een prachtige stad. 

Ik weet dat er in Roermond een refugio voor pelgrims is, onder de kathedraal. In de kerk leggen twee dames van de informatiebalie (voor toeristen) mij uit waar ik de sleutel kan halen: in Theaterhotel van Van der Valk. Daar ontvang ik tegen inlevering van mijn pelgrimspaspoort en het betalen van 10 euro (voor twee nachten) de sleutel, aan een flink stevig houtje. 

Terug bij de kathedraal moet ik eerst de ijzeren, dubbele poort openen. Dat openen gebeurt elektrisch, door de sleutel in een contactslot om te draaien. De poort sluit na 20 seconden weer vanzelf. Vervolgens moet ik bij de kerk twee sloten in een zware deur openen, waarna ik een trap afdaal naar de kelder. Dáár bevindt zich een verblijf voor pelgrims.     

Het is sober maar wel aardig ingericht. Er bevinden zich zes bedden, in kasten. Op iedere kast staat een regel van het bekende gebed "Onze vader...". Ik kies het eerste bed, leg al mijn spullen erop en ga douchen. Wanneer ik terugkom, blijkt er een pelgrima te zijn gearriveerd. Zij stelt zich voor als: Karin. We besluiten samen boodschappen te gaan doen, om samen een eenpansgerecht te bereiden op het gaspitje dat ik bij me heb (in de refugio is géén kookgelegenheid). We vinden een supermarkt, en 's avonds genieten we van een overheerlijke maaltijd van vis + couscous met kruiderij en groenten; en spoelen dat weg met een goede wijn. 

Ik ontvang een Whatsappje: mijn zoon meldt vanuit Cambridge (Engeland) dat er weerswaarschuwingen voor Nederland zijn afgegeven voor de volgende dag: zware windstoten en veel regen. Het zal hoe dan ook geen prettig wandelweer worden. Zelf vind ik het niet erg, want ik ben toch van plan een dag in Roermond te blijven omdat ik ver op schema voor lig. Voor Karin is het slechte weer vervelender: ze heeft morgen een afspraak in Maaseik.    

Karin en ik praten nog lang na aan tafel, maar om 21.00 uur vallen bij ons beiden de ogen dicht en leggen we ons maar al te graag te slapen, ieder in de eigen kast. 


25 juli: De Broederschap van St.Jacobus Roermond

Karin vertrekt 's morgens rond zeven uur. We lopen samen door de regen naar het Theaterhotel waar zij haar sleutel weer omruilt voor haar eigen pelgrimspaspoort. Bij het afscheid nemen, zegt ze: "Misschien tot St.Gerlach..." en ik antwoord met "Ja, wie weet?" maar ondertussen heb ik nog geen idee of ik daar wel kom, want het ligt niet echt op de route van het PP - wel vlakbij.  

Ik zie Karin de straat uitlopen, een wat het weer betreft onstuimige dag tegemoet. Zelf keer ik terug naar de refugio onder de kathedraal. De winkels gaan pas over een uur open, en dan ga ik Roermond verkennen en op zoek naar een zaak waar ze Campinggastankjes verkopen.   

Zelfs in slecht weer is Roermond een mooie stad. De buitenkant van de Munsterkerk staat helaas in de steigers, maar de binnenkant is absoluut de moeite van het bezoeken waard. Op het kletsnatte lege plein voor de kerk speelt een orkest in de muziekkoepel. Toehoorders zijn er alleen op afstand, in portieken en onder afdakjes van winkels.  

Ik besluit mijn middagmaal te gebruiken in het restaurant La Place van V&D: een pizza. Deze pizza blijkt zo groot dat ik - tegen mijn gewoonte in - een stuk moet laten staan. 

Terug in de refugio, is het daar ineens een drukte van belang. Allemaal pelgrims? Nee. Frank de Vries, Proost van de Broederschap Roermond (Broederschap van St.Jakob) vertelt mij dat het vandaag - 25 juli - Jakobusdag is. En daarom wordt er vanmiddag een speciale Jakobusmis gevierd in de kathedraal, waarbij de leden van de broederschap prominent aanwezig zijn. "We zouden vandaag ook een wandeltocht maken langs verschillende kapelletjes in de omgeving van Roermond, maar die wandeltocht is vanwege het slechte weer afgelast," zegt Frank. "Ik verwacht daarom minder mensen ...".  Als ik het goed begrijp, zal er na de viering een gezamelijke broodmaaltijd zijn voor de leden van de broederschap en de aanhang. In de refugio... en men rekent er op dat ik mij daarbij aansluit. "Als pelgrim loop je met ons mee de kathedraal in, in de stoet!" verordonneert Frank. "En daarna zit je met ons aan tafel." 

En zo loop ik even later in mijn T-shirt tussen de broeders (in vol ornaat!) de kathedraal in. De St. Jacobusmis blijkt een "Latijnse" mis te zijn, met véél wierook én met enkele Nederlandse noten, zoals het St. Jacobuslied; het St. Christoffellied en het Roermonds Volkslied. Gelukkig ken ik de melodieën van de eerste twee, en de tekst staat keurig op een uitgereikte A5-je. Het Roermonds Volkslied ken ik niet - maar het doet me denken aan het Gronings Volkslied. Het is voor mijn gevoel overal hetzelfde liedje: er gaat voor de meeste mensen kennelijk niets boven de eigen stad en het eigen land. Op een of andere manier geeft het mij de kriebels. Na afloop van de mis is er gelegenheid een relikwie aan te raken: de "arm" van Jacobus. Heb ik het goed begrepen dat daar een stukje bot in zit? Ik denk er het mijne van. Zou zo'n stukje bot echt van Jacobus de Meerdere zijn geweest? Dat is onmogelijk te bewijzen. En vroeger werd er met relikwieën van alles uitgehaald... zo schijnen er genoeg splinters van het kruis van Christus in omloop te zijn om tientallen complete kruisen van te kunnen maken. Wie weet is het botje in het fraaie "arm"-beeld zelfs ooit van een Neanderthaler geweest. Wie zal het zeggen? Maar wat geeft het? Het gaat om wat je gelooft.    

Tijdens de avondmaaltijd krijg ik van diverse broeders nuttige tips en goede raadgevingen voor mijn voorgenomen voettocht naar Santiago de Compostela in 2016. Alle broeders hebben de tocht zelf gemaakt - sommige zelfs meerdere malen, langs verschillende wegen. Niet altijd vanuit Nederland, want de meeste routes lopen in Spanje zelf. Ik doe mijn best alle adviezen te onthouden en neem mij voor daar goed over na te denken. 

De Proost heeft twee stempels bij zich van twee Jacobus-kapelletjes in de buurt van Roermond. "Wanneer je naar Maaseik gaat, kom je er langs. Ik geef je nu vast je stempels." Hij zet ze in mijn aantekenboekje, want mijn pelgrimspaspoort ligt in een doos van het Theaterhotel, als onderpand voor de sleutel. 




De broederschap laat mij rond negen uur 's avonds weer alleen achter in de refugio, met achterlaten van diverse broodjes kaas en vleeswaren, enkele krentenbollen, 2 bananen, een tros druiven, een appel en 2 flesjes vruchtensap. 

26 juli: hoezo welkom wandelaar, welkom pelgrim?   

Rond zes uur in de ochtend moet ik bij het Theaterhotel achterom, wil ik de sleutel van de refugio kunnen inleveren. De dienstdoende medwerkster achter de balie moet even zoeken voor zij mij mijn paspoort terug kan geven. Met stempel. Of ik het niet wat vroeg vind om ...? Nee, dat is juist heerlijk... Zeker op zondag: geen mens op straat.

De deken is gelukkig thuis en nodigt mij opgewekt uit binnen te komen, niet alleen voor een stempel, maar ook voor minstens twee koppen koffie. De man toont oprechte belangstelling voor mijn ervaringen als pelgrim tot nu toe. "Ik ben nog maar een beginnend pelgrim..." verklaar ik, "zoveel stelt het tot nu toe nog niet voor." Daar denkt hij anders over. Alleen al het feit dat ik probeer echt "low budget" te gaan, vindt hij prijzenswaard. Vervolgens krijg ik ook van hem goede raad voor het komend jaar.     

Vlak voor de Hema ligt een broodje op straat. Ik raap het van de grond, inspecteer het (vers en schoon) en peuzel het op. Niks mis mee. In Sittard zelf passeer ik eerst een beeld waarvan ik een foto naar mijn zoons stuur (lekker puh!), en daarna verbaas ik mij over een apotheek die géén apotheek heet te zijn. Tenslotte wandel ik Sittard uit langs een kruisweg - met om de zoveel meter een mini-kapelletje - over de "Calvarieberg".     

Het lopen gaat opmerkelijk goed vandaag. Misschien ligt het aan het weer, maar ik vermoed dat ik er zo langzamerhand ook aan gewend raak om met een rugzak te lopen. Het landschap is bovendien prachtig en zorgt voor de nodige afleiding, soms zelfs zoveel dat ik opnieuw de weg af en toe kwijt raak. Dat kan me weinig meer schelen. Ik besluit door te lopen tot St.Gerlach en zoek op HikeNode (app) mijn weg daarnaartoe wel. Wanneer ik langs en kersenboomgaard kom, zie ik dat er hier en daar nog takken zijn die kennelijk bij het plukken zijn overgeslagen, en ik vul mijn rantsoen met veel genoegen aan tot ik er even zat van ben. Later op de dag passeer ik een lange haag braamstruiken, met veel dikke, zwarte zoete bramen. Opnieuw doe ik mij tegoed. 

Al met al arriveer door al dat gepluk toch pas tegen 19.00 uur in St Gerlach. Bordjes wijzen de pelgrim de weg naar de refugio. En wie doet mij daar open? Karin! Leuk. 

Wanneer ik mij als pelgrim bij de receptie van het hotel meldt, ontvang ik tegen betaling van 7,50 Eu (en inleveren pelgrimspas) niet alleen de sleutel van de refugio, maar krijg ik bovendien een flinke kop gebonden tomatensoep, met twee dikke plakken bruinbrood en een plak roomboter. Ik ben oprecht blij verrast, en die verrassing wordt nog groter wanneer ik verzucht dat ik nu toch wel pijnlijke voeten heb ... want dáár hebben ze ook iets voor: een stevige borrel! Om niet. 

Terug in de refugio tovert Karin een fles port tevoorschijn. Ze wil deze graag met mij delen, want ze is niet van plan de fles morgen mee te sjouwen naar Maastricht. 

28 juli: eerst Maastricht ... en dan naar huis 

De refugio in St.Gerlach biedt ruimte aan zes personen, maar wie het gastenboek bestudeert, merkt op dat er zelden meer dan twee personen tegelijk zijn, maar nooit zes. Volgens de beheerders van de refugio wordt er veel te weinig gebruik van gemaakt, hetgeen ze zeer betreuren. 

Voor wij samen naar Maastricht lopen, bezoeken Karin en ik eerst nog een speciale St.Gerlach-mis (alleen op dinsdagen en vrijdagen), die slechts door een handjevol gelovigen wordt bijgewoond. Allemaal grijze hoofden. Ook hier loopt het kerkbezoek sterk terug. Zoveel is duidelijk. 

Karin zoekt in een boekje haar weg naar Maastricht, terwijl ik hetzelfde doe met HikeNode op de smartphone. Karin wil om een berg heen, ik wil er over heen ... na enig overleg besluiten we de kortste route te nemen: er overheen. Het is een mooie, rustige route ... tot aan de rand van Maastricht. Daar begint een saai stuk. 

In Maastricht visiteren wij eerst een restaurant boven in een warenhuis. Ik trakteer deze keer, bij wijze van afscheid van Karin (die straks doorloopt naar Eijsden) en afronding van dit deel van mijn eigen voettocht. Daarna zoeken we nog samen de St.Servaeskerk op, maar weigeren vier euro te betalen voor de entree. We krijgen wel een stempel (op een sticker) en vertrekken naar de Onze Lieve Vrouwe ter Zee -basiliek. Daar ontvangen wij in de souvenierwinkel onder in de kerk een stempel in ons paspoort. De dame achter de balie wijdt zich ernstig aan deze taak.

 

De Mariakapel van OLV ter Zee (Stella Maris)is warm. Er branden honderden kaarsen. Misschien zelfs meer dan duizend; ik heb ze niet geteld maar het zou mij niet verbazen. We zetten er onze eigen kaarsjes bij. 

Buiten nemen Karin en ik afscheid van elkaar. "Wie weet tot ziens!". Ja, wie weet.  Karin is ook van plan naar Santiago te gaan, dit jaar al een heel stuk. Ze loopt vandaag nog door naar Eijsden... als het lukt. 

Ik loop alleen terug naar het station. De trein naar het Noorden vertrekt om 13.30 ... en in minder dan een halve dag ben ik weer thuis. Ik voel me vreemd. Het liefst was ik gewoon doorgelopen. Niet dat ik moeite heb met naar huis gaan ... helemaal niet. Ik heb moeite met niet langer onderweg zijn. 


 Ultreia y suseia (vooruit en verder, doorgaan) 


Ga naar: