Dharmapelgrim Yogi 

     De weg loopt door het hart

Soetra van Volledigheid

 

Woord vooraf:

In het boeddhisme duidt het begrip soetra doorgaans op een toespraak van of verhaal over Gautama Boeddha en zijn discipelen. Vooral in het mahayana boeddhisme komen echter ook soetra’s voor waarvan vele aanhangers aannemen dat zij van de Boeddha afkomstig zijn, ook al wijst historisch en tekstueel onderzoek uit dat dat zeer onwaarschijnlijk of praktisch onmogelijk is. De soetra van Volledigheid is in ieder geval niet van de Boeddha afkomstig, maar is het resultaat van zevenenveertig jaar kauwen en mediteren door Dharmapelgrim. De compacte tekst werd voor het eerst in 2013 gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad, en is nu in 2014 - opnieuw geformuleerd - op de website van Dharmapelgrim geplaatst. 

Om de tekst toegankelijk te houden en maken, zijn uitsluitend Nederlandse woorden gebruikt (alleen voor het begrip Kalapa’s was geen passend Nederlands begrip te vinden). Wie moeite heeft met het begrip ‘soetra’ neme de vrijheid er zelf een andere titel boven te plakken. 

Soetra van Volledigheid

 

1.    Door meditatie op het lichaam en op gewaarwordingen; door eerst alleen maar zitten en alert zijn, zonder iets op te roepen of te onderdrukken; het denken niet denkend en niet-denken achterwege latend; en door vervolgens alles wat is ervaren gelijkmoedig te analyseren en te toetsen, ben ik tot het volgende gekomen:

2.    Vol-Ledigheid is: Zijn-zowel-als-NietZijn, en Noch-Zijn-Noch-NietZijnin Eén.

3.    Waar Vol-Ledigheid is, zijn – schijnbaar afgezonderd – Elementaire Eormaties.

4.    De Elementaire Formaties heten: Zijn en NietZijn.

5.    Waar Zijn en NietZijn zijn, is Energie: de potentie van Zijn en NietZijn om in elkaar te veranderen. 

6.    Door verandering op verandering ontstaat Tijd.

7.    Waar Tijd is, ontstaan en vergaan formaties van Energie (Kalapa’s) - in toe en afnemende complexiteit.

8.    Waar formaties in toe- en afnemende complexiteit zijn, ontstaat vanzelf Ruimte.

9.    Waar Tijd en Ruimte zijn, ontstaat Bewustzijn door Reflectie-Resonantie van formaties in Tijd en Ruimte.

10. Waar Bewustzijn is, ontstaan Bewuste Wezens, door Reflectie-Resonantie van complexe formaties met en op zichzelf en met en op andere formaties.  

11. Waar Bewuste Wezens zijn, ontstaat Illusie, door interferentie van Reflectie-Resonantie met Reflectie-Resonantie.

12. Waar Illusie is, ontstaat de Maalstroom van ontstaan en vergaan zonder begin of einde, zonder doel of plan.

13. Waar de Maalstroom is, ontstaan en vergaan Sferen, Universa en Werelden, omgevingen die Bewuste Wezens voor zichzelf creëren om in te verblijven.

14. Waar Bewuste Wezens verblijven, drukken zij zichzelf uit in Lichamen van verschillende dichtheid.

15. Waar Lichamen zijn, zijn geboorte en dood.

16. Waar geboorte en dood zijn, is Reflectie-Resonantie op geboorte en dood.

17. Waar Reflectie-Resonantie is op geboorte en dood, ontstaan verlangen en vrees.

18. Waar verlangen en vrees zijn, ontstaan lijden en strijd.

19. Waar lijden en strijd zijn, ontstaan winnen en verliezen.

20. Waar winnen en verliezen zijn, ontstaan stijgen en dalen .

21. Waar stijgen en dalen zijn, houden Bewuste Wezens zichzelf gevangen in de Maalstroom van ontstaan en vergaan. 

22. Zo ook ik. 

23. Door te mediteren op de Maalstroom van ontstaan en vergaan, realiseer ik mij dat stijgen en dalen; winnen en verliezen; lijden en strijd;voortkomen uit verlangen en vrees.

 24. Door te mediteren op verlangen en vrees, realiseer ik mij dat deze voortkomen uit Reflectie-Resonantie op geboorte en dood van het lichaam.

 25. Door te mediteren op het lichaam, realiseer ik mij:

-         dat het lichaam niets anders is dan een formatie organen; en organen niets anders zijn dan formaties weefsels;

-         dat weefsels niets anders zijn dan formaties cellen; en cellen niets anders zijn dan formaties organellen;

-         dat organellen bestaan uit formaties moleculen, die bestaan uit formaties atomen;

-         dat atomen niets anders zijn dan formaties protonen, neutronen en elektronen;

-         dat protonen, neutronen en elektronen bestaan uit quarks, die weer bestaan uit nog subtieler formaties;

-         dat alle subtiele formaties uiteindelijk niets anders zijn dan Elementaire Formaties die in elkaar veranderen;

-         dat Elementaire Formaties niets anders zijn dan Bron, Drager en Doel van de Werkelijkheid.

26. Mij dat realiserend, besef ik dat dit geldt voor alles, en dat geboorte en dood niets anders zijn dan veranderingen in de wijze waarop ik mijzelf tot uitdrukking breng in de Maalstroom.

 27. Door te mediteren op de wijze waarop ik mijzelf tot uitdrukking breng in de Maalstroom, realiseer ik mij:

-         dat de wijze waarop ik mijzelf tot uitdrukking breng, niets anders is dan het voortbrengen van een stroom gewaarwordingen;

-         dat gewaarwordingen niets anders zijn dan Illusie;

-         dat Illusie niets anders is dan interferentie veroorzaakt door Reflectie-Resonantie op mijzelf en alles om mij heen;

-         dat Reflectie-Resonantie niets anders is dan de gloed en weerklank van Tijd op Tijd en Ruimte op Ruimte;

-         dat Tijd en Ruimte niets anders zijn dan Zijn en NietZijn die in elkaar veranderen;

-         dat Zijn en NietZijn voortkomen uit, gedragen worden door, en terugkeren in Vol-Ledigheid. 

28. Mij dat realiserend, realiseer ik mij dat ik zelf en alles om mij heen Vol-Ledig is.

 29. Mij dat realiserend, besef ik dat ik de andere oever heb bereikt.

30. Mij dat realiserend, besef ik: dat de zon ’s morgens  opkomt en ’s avonds weer ondergaat, en dat de hele dag er is om met vallen en opstaan te doen en te laten wat juist is om te doen en te laten.                                                   …………